Factcheck: Negen onjuiste of misleidende mythes over olie en gas in de Noordzee. #5

We worden geconfronteerd met stijgende olieprijzen en hogere kosten voor meststoffen, voedsel en andere grondstoffen. De roekeloze acties van Trump in Iran brengen de wereldeconomie op de rand van een economische crisis. Velen grijpen deze kans aan om nieuwe olie- en gasvelden te gaan exploreren. Dit artikel van Carbon Brief ontkracht de mythes rond boringen in de Noordzee.

Dit artikel verscheen eerder op 25 maart 2026 in Carbon Brief en is geschreven door Daisy Dunne, Josh Gabbatiss, Molly Lempriere en Simon Evans. Deze tekst is hier opnieuw gepubliceerd onder een CC-licentie. We publiceren het in vijf delen. Deel 1 vind je hier. Voor links naar de bronnen, zie de Engelse versie van dit artikel.


ONWAAR: Ed Miliband is een ‘anti-Noordzee’ ‘fanaticus’ op het gebied van klimaatverandering

Een groot deel van de kritiek op het standpunt van de Britse regering over olie en gas in de Noordzee is persoonlijk gericht op één man: Ed Miliband.

De minister van Energie is herhaaldelijk door oppositiepolitici en hun media-bondgenoten bestempeld als “gevaarlijk” en een “fanaticus” met een “sekte-achtige overtuiging”, vanwege zijn vermeende verzet tegen meer boringen in de Noordzee.

Milibands conservatieve tegenhanger, Claire Coutinho, schreef in de Daily Telegraph:

“Terwijl de wereld gevaarlijker wordt, maakt [Milibands] anti-Noordzee-fanatisme Groot-Brittannië zwakker en armer.”

Net als bij veel van de kritiek op Miliband in rechtse media zijn deze aanvallen vaak zeer persoonlijk. Harry Cole, de Amerikaanse redacteur van The Sun, noemde Miliband een “Greta [Thunberg]-liefhebbende marxist, die nog nooit een markt heeft gezien die hij niet wil vernietigen”.

In feite is Miliband gewoon de minister van Energie in een regering die expliciet prioriteit heeft gegeven aan klimaatbeleid en de transitie weg van fossiele brandstoffen.

In het verkiezingsprogramma van Labour voor de algemene verkiezingen van 2024, waarin de partij een overweldigende overwinning behaalde en daarmee een mandaat, stond:

“We zullen geen nieuwe vergunningen afgeven voor de exploratie van nieuwe [Noordzee]velden, omdat deze de energierekening geen cent zullen verlagen, onze energiezekerheid niet kunnen waarborgen en de verslechterende klimaatcrisis alleen maar zullen versnellen.”

Hoewel de regering herhaaldelijk nieuwe vergunningen heeft uitgesloten, overweegt zij verschillende nieuwe projecten goed te keuren op locaties die al vergunningen hebben ontvangen, maar nog geen toestemming om met de ontwikkeling te beginnen.

Zij heeft ook nieuwe “overgangsenergiecertificaten” aangekondigd, die nieuwe olie- en gasproductie op of nabij bestaande locaties mogelijk zullen maken.

Wat Miliband betreft: zijn standpunten zijn veel gematigder dan de “fanatieke” standpunten die door zijn tegenstanders worden geschetst.

De minister van Energie heeft duidelijk gemaakt dat hij verwacht dat het VK olie en gas zal blijven produceren, zelfs tijdens de overgang naar klimaatneutraliteit. In een recent artikel in The Observer schreef hij:

“Terwijl we bouwen aan onze toekomst met schone energie, blijft de productie in de Noordzee een belangrijke en waardevolle rol spelen. Daarom houden we bestaande olie- en gasvelden open gedurende hun hele levensduur.”

In zijn betoog tegen verdere uitbreiding merkte Miliband op dat de Noordzee een “rijpend bekken” is en dat “nieuwe exploratievergunningen simpelweg te marginaal zijn om een betekenisvolle impact te hebben op de olie- en gasproductie”.


ONWAAR: ‘We delen hetzelfde bekken met Noorwegen… er is geen geologisch verschil.’

Een andere vaak herhaalde onjuiste bewering in recente debatten is dat het VK meer op Noorwegen zou kunnen lijken, waar de gasproductie nog steeds dicht bij recordhoogtes ligt.

Zo zei Claire Coutinho, schaduwminister van Energie voor de Conservatieven, op 24 maart tegen het parlement dat er een “politieke scheidslijn” door het midden van de Noordzee loopt. Ze zei:

“We delen hetzelfde bekken met Noorwegen… Er is geen geologisch verschil; het is een politieke lijn die in het midden is getrokken.”

Het idee dat de productie van fossiele brandstoffen in het VK alleen lager is dan die van Noorwegen vanwege “politiek” en dat er geen geologische verschillen zijn tussen de twee landen, is onjuist.

Bovendien zijn de meest relevante beleidsverschillen tussen het VK en Noorwegen niet die welke vandaag de dag van kracht zijn, maar die welke decennia eerder zijn ingevoerd.

Het VK heeft namelijk het overgrote deel van zijn Noordzee-voorraden al opgebruikt, door ongeveer 90% van de beschikbare olie en gas te winnen.

Noorwegen daarentegen heeft volgens officiële schattingen van Norwegian Petroleum slechts 57% van de “verwachte winbare voorraad” uit zijn deel van de Noordzee opgebruikt.

Dit is het resultaat van bewuste keuzes die decennia geleden in de twee landen zijn gemaakt, zegt prof. Caroline Kuzemko, mededirecteur van het UK Energy Research Centre (UKERC) en hoogleraar politieke economie aan de Universiteit van Warwick. Ze vertelt Carbon Brief:

“De Noorse regering nam een strategische beslissing om een gestaag tempo van uitputting aan te houden, zodat de reserves niet te snel zouden opraken.”

Deze keuze, evenals de staatscontrole die Noorwegen over zijn olie- en gasindustrie heeft gehandhaafd, staat “vrijwel lijnrecht tegenover” wat het Verenigd Koninkrijk heeft gedaan, zegt ze:

“De Conservatieven namen [in de jaren tachtig] het besluit om anderen de controle te geven over de Noordzee-activa [van het Verenigd Koninkrijk] en daarom bevinden we ons nu in een situatie waarin je niemand kunt opdragen om meer olie te winnen, terwijl Noorwegen het tegenovergestelde deed.”

Prof. Kuzemko merkt op dat de toenmalige conservatieve regering de olie- en gasindustrie in de jaren tachtig privatiseerde, waarna er een “snelle” uitputting van de Britse hulpbronnen plaatsvond. Ze legt uit:

“De uitputting van het Britse continentaal plat is gewoon snel gegaan, omdat dat in het belang was van de [particuliere] bedrijven die die locaties exploiteerden.”

(De inkomsten uit de privatisering van de Noordzee en de daaropvolgende snelle winning van de olie- en gasvoorraden waren een belangrijke – en ondergewaardeerde – reden waarom de toenmalige minister van Financiën Nigel Lawson in de jaren tachtig de inkomstenbelasting kon verlagen, merkt Kuzemko op.)

Evenzo vertelt voormalig energieambtenaar Dan Quiggin, nu senior beleidsadviseur bij de ngo Transport and Environment, aan Carbon Brief dat Noorwegen simpelweg meer olie en gas over heeft dan het VK, waar “het grootste deel van wat er was, is gewonnen”. Hij zegt:

“Het VK heeft zijn meevallers in de jaren tachtig en negentig uitgegeven aan lopende uitgaven. Je kunt niet met terugwerkende kracht beschikken over reserves of besparingen op Noorse schaal – die beslissingen zijn lang geleden genomen.”

Quiggin zegt dat er een “echt hedendaags beleidsverschil” bestaat als het gaat om het exploratie- en investeringsklimaat voor de Noordzee. Hij zegt echter:

“Noorwegen biedt meer fiscale stabiliteit en ondersteunt actief nieuwe ontwikkelingen, terwijl het beleid van het VK wisselvalliger is geweest. Maar zelfs als het VK morgen fiscale voorwaarden à la Noorwegen zou invoeren, ontbreekt de onderliggende grondstoffenbasis om de Noorse productieniveaus te evenaren. Je zou iets meer investeringen krijgen in een afnemend bekken, geen industrie op Noorse schaal.”