Jongeren maken zich zorgen over het klimaat – dat weten we. Maar wat doet het onderwijs met die zorgen? Internationaal onderzoek laat zien: te weinig. En dat kan anders -vooral als we ook rekening houden met de leeftijd van kinderen.
Klimaatonderwijs schiet tekort
Wat kunnen scholen en ouders doen om jongeren toe te rusten voor de klimaatcrisis?

Klimaatangst, eco – angst, klimaatstress – er zijn inmiddels tientallen woorden voor wat jongeren voelen als ze nadenken over de klimaatcrisis. Onderzoekers telden in wetenschappelijke literatuur maar liefst 173 verschillende beschrijvingen van hoe jongeren tussen de 10 en 29 jaar reageren op klimaatverandering. 1 Het varieert van slaapproblemen tot financiële zorgen, van verdriet om verloren natuur tot hoop. Het gaat dus om veel meer dan angst alleen.
Die zorgen zijn er echt. In Nederland geeft 66 tot 71% van de jongeren tussen 18 en 24 jaar aan zich zorgen te maken over klimaatverandering. 2. Internationaal maakt 59% van de jongeren tussen 16 en 25 jaar zich zeer tot extreem veel zorgen. 3 Gelukkig werkt het niet verlammend, onderzoek laat zien dat zelfs jongeren met relatief veel klimaatangst betrokken blijven en klimaatvriendelijk gedrag vertonen. 4
De vraag is: wat doet het onderwijs met die betrokkenheid?
Onderwijs laat kansen liggen

Internationaal onderzoek van UNESCO onder curricula in 85 landen laat een onthutsend beeld zien: 69% van de onderzochte curricula bevat geen enkele verwijzing naar klimaatverandering. 5 En waar klimaat wél aan bod komt, ligt de nadruk bijna uitsluitend op cognitieve kennis – feiten, oorzaken, gevolgen. Wat structureel ontbreekt, zijn de sociaal – emotionele, relationele en handelingsgerichte dimensies: hoe voel je je erbij, hoe verhoud je je tot anderen en tot de natuur, en wat kun je zelf doen?
Jongeren hebben niet alleen last van de klimaatcrisis – ze hebben ook de minste controle over de uitkomst ervan. Dat kan leiden tot wat onderzoekers de futility gap noemen: het gevoel dat individuele actie zinloos is zolang de samenleving als geheel stilstaat. 6 Juist daarom is het zo belangrijk dat jongeren leren dat ze wél invloed hebben – niet alleen individueel, maar ook samen.
Jongere kinderen en tieners vragen een andere aanpak
Niet alle kinderen zijn hetzelfde, en een effectieve aanpak houdt rekening met leeftijd. Onderzoek onder bijna 1900 kinderen van 7 tot 18 jaar laat zien dat jonge kinderen van nature sterk verbonden zijn met de natuur, maar dat die verbondenheid daalt naarmate ze de vroege tienerjaren ingaan. 7 Die zogenoemde teenage dip heeft gevolgen voor hoe klimaatonderwijs aansluit: juist in de basisschoolleeftijd is de natuurlijke betrokkenheid bij de natuur het grootst, en is er dus een uitgelezen kans om die verbondenheid te voeden en te verdiepen. Wordt die kans gemist, dan is het later moeilijker (maar niet onmogelijk) om die verbinding te herstellen.
Voor jongere kinderen (basisschool en onderbouw vo) betekent dit: zet in op directe natuurervaringen, spelend leren buiten, en het verbinden van klimaat aan hun eigen leefwereld. Voor oudere leerlingen (bovenbouw vo) werkt het beter om in te zetten op kritisch denken, collectieve actie en het gevoel dat hun stem ertoe doet – ook al is de spontane verbondenheid met de natuur wat verder weg.
Wat kunnen ouders en docenten doen?
Goed nieuws: je hoeft geen klimaatexpert te zijn om jongeren te helpen. Wat werkt, is aanwezig zijn bij hun zorgen – en samen zoeken naar wat zij zelf kunnen doen. Onderzoek laat zien dat het versterken van psychologische handelingsruimte – het gevoel dat je er iets aan kunt doen – fundamenteel is voor de weerbaarheid van kinderen. 6
Concrete handvatten:
- Neem de zorgen serieus, zonder ze groter te maken. Klimaatangst is een gezonde reactie op een reëel probleem. Erken dat, en luister écht.
- Zoek het kleine en nabije op. Wat kunnen jullie thuis of op school concreet veranderen? Grip op kleine dingen helpt.
- Praat over gevoelens, niet alleen over feiten. Veel lessen gaan over wat klimaatverandering ís – zelden over hoe het voelt en wat je ermee kunt.
- Ga naar buiten, zeker met jonge kinderen. Natuur – gebaseerd leren versterkt zowel de mentale gezondheid als het begrip van klimaatverandering. 8. Hoe vroeger, hoe beter: de natuurverbondenheid die kinderen jong opbouwen, is een stevige basis voor later klimaatbewustzijn. 7
- Laat je eigen twijfels zien. Jongeren prikken door inconsistentie heen. Eerlijkheid over wat jij zelf moeilijk vindt, werkt beter dan een perfect verhaal.
- Verbind persoonlijke actie aan collectieve verandering. Korter douchen is goed, maar de klimaatcrisis lossen we niet individueel op. Leer jongeren ook over gezamenlijke actie en politieke betrokkenheid.
Hoop is een houding
De klimaatcrisis is een feit. Maar hoe jongeren ermee omgaan, hangt grotendeels af van de volwassenen om hen heen. Jongeren die het gevoel hebben dat ze iets kunnen doen, zijn veerkrachtiger – niet blind optimistisch, maar actief hoopvol.
Het onderwijs, en wij als volwassenen, kunnen die houding voeden of ondermijnen. Een leerling die leert dat haar stem telt, die ziet dat haar school haar woorden waarmaakt, die thuis mag zeggen dat ze bang is: die leerling staat sterker.
De opdracht is niet: bescherm jongeren tegen de klimaatcrisis. De opdracht is: rust hen toe om ermee om te gaan en eraan bij te dragen.
Literatuur
Becht, A., Spitzer, J., Grapsas, S., van de Wetering, J., Poorthuis, A., Smeekes, A., & Thomaes, S. (2024). Feeling anxious and being engaged in a warming world: climate anxiety and adolescents’ pro – environmental behavior. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 65(10), 1270–1282.
Hickman, C., Marks, E., Pihkala, P., Clayton, S., Lewandowski, R. E., Mayall, E. E., & Van Susteren, L. (2021). Climate anxiety in children and young people and their beliefs about government responses to climate change: A global survey. The Lancet Planetary Health, 5(12), e863–e873.
Ipsos I&O (2019–2025). Duurzaam denken, duurzaam doen. Amsterdam: Ipsos I&O.
Okamoto, S., Nagabhatla, N. & Oakes, R. (2026). How adults can help children move from climate anxiety to resilience. The Conversation. https://theconversation.com/how – adults – can – help – children – move – from – climate – anxiety – to – resilience – 274141
Price, E., Maguire, S., Firth, C., Lumber, R., Richardson, M., & Young, R. (2022). Factors associated with nature connectedness in school – aged children. Current Research in Ecological and Social Psychology, 3, 100037.
UNESCO (2024). Climate change and sustainability in science and social science secondary school curricula. Parijs: UNESCO.
Watson, D. & Lawrance, E. (2026). Eco – anxiety: how do young people relate to the climate crisis? The Conversation. https://theconversation.com/eco – anxiety – how – do – young – people – relate – to – the – climate – crisis – 277520
- Watson, D. & Lawrance, E. (2026). Eco – anxiety: how do young people relate to the climate crisis? The Conversation, 25 maart 2026.[↩]
- Ipsos I&O (2019–2025) Duurzaam denken, duurzaam doen.[↩]
- Hickman, C. et al. (2021) Climate anxiety in children and young people and their beliefs about government responses to climate change: A global survey. The Lancet Planetary Health, 5(12), e863–e873.[↩]
- Becht, A. et al. (2024). Feeling anxious and being engaged in a warming world. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 65(10), 1270–1282[↩]
- UNESCO (2024) Climate change and sustainability in science and social science secondary school curricula. Parijs: UNESCO[↩]
- Okamoto, S., Nagabhatla, N. & Oakes, R. (2026). How adults can help children move from climate anxiety to resilience. The Conversation, 2026[↩][↩]
- Price, E., Maguire, S., Firth, C. et al. (2022). Factors associated with nature connectedness in school – aged children. Current Research in Ecological and Social Psychology, 3, 100037[↩][↩]
- Okamoto, S., Nagabhatla, N. & Oakes, R. (2026) How adults can help children move from climate anxiety to resilience. The Conversation, 2026[↩]