Een nieuwe studie laat met 98% waarschijnlijkheid zien dat de snelheid van de opwarming toeneemt. De drempel van 1,5 °C opwarming kan in de komende jaren al worden bereikt, in strijd met het Akkoord van Parijs. Om opwarming van 3 °C te voorkomen moet het gebruik van fossiele brandstoffen onmiddellijk worden afgebouwd.
Het onderzoek door Grant Foster en Stefan Rahmstorf, dat op 5 maart verscheen in Geophysical Research Letters, 1 laat zien dat de planeet sneller opwarmt dan ooit sinds het begin van de temperatuurwaarnemingen 200 jaar geleden. De auteurs gebruikten vijf onafhankelijke datasets van de gemiddelde temperatuur op aarde en verwijderden daaruit de signalen van natuurlijke factoren – de El Niño variatie, vulkaanuitbarstingen en variaties in de zonneactiviteit. Daarmee werd de ontwikkeling van de opwarming als gevolg van menselijke factoren zichtbaar. De boodschap is duidelijk: wanneer de opwarming in dit tempo blijft doorgaan, wordt de drempel van het Akkoord van Parijs, 1,5 °C opwarming sinds het begin van de Industriële Revolutie, al binnen een paar jaar bereikt.
Wanneer de opwarming in één jaar boven de 1,5 °C komt, betekent dat nog niet dat het Akkoord van Parijs wordt geschonden. Het gaat om gemiddelde opwarming op lange termijn een periode van 20 jaar. De versnelling die door de nieuwe studie is geconstateerd, brengt dat moment snel dichterbij. Menselijke activiteiten zijn de belangrijkste oorzaak van de stijgende mondiale temperatuur op de lange termijn, door de uitstoot van broeikasgassen en veranderingen in landgebruik. Maar ook natuurlijke factoren hebben van jaar tot jaar een opwarmend of afkoelend effect.
Ruis verwijderen
De auteurs gebruikten vijf verschillende temperatuurdatasets, van NASA, NOAA, de HadCRUT5 dataset van het Met Office Hadley Centre en de University of East Anglia, Berkeley Earth en Copernicus ERA5. 2 Daaruit filterden ze de natuurlijke variabiliteit van de temperatuur, die ze als “random noise” aanduidden.
El Niño en La Niña – gezamenlijk aangeduid als de El Niño-Southern Oscillation (ENSO) 3 – zijn in het algemeen de belangrijkste factoren die de jaarlijkse schommelingen in de mondiale temperaturen veroorzaken. De auteurs van het onderzoek identificeren vulkanische activiteit en veranderingen in zonnevariatie als de twee andere belangrijke natuurlijke invloeden op mondiale temperatuurtrends. Ze gebruikten daarbij een statistische methode die ze voor een eerdere studie hadden ontwikkeld.

Elke grafiek toont de oorspronkelijke opwarmingsgegevens (lichtblauw), waarin alle factoren die bijdragen aan de opwarming zijn meegenomen, evenals de gecorrigeerde gegevens (donkerblauw), waarin de effecten van ENSO, vulkanen en zonneactiviteit zijn weggefilterd.
Versnelling
Het doel van deze studie was te testen of met de gebruikte methode een statistisch significante versnelling zichtbaar zou worden in de lange termijn data. De ruis van natuurlijke variatie maakt het lastig om zo’n onderliggende trend vast te stellen. De resultaten laten met een betrouwbaarheid van 98% een versnelling zien in alle vijf datasets. Toen dezelfde tests werden uitgevoerd op de niet-gecorrigeerde gegevens, haalden ze nog geen 95% betrouwbaarheid.
Volgens de studie is de mondiale temperatuur tussen 1970 en 2015 met gemiddeld ongeveer 0,2 °C per decennium gestegen. Het onderzoek toont echter aan dat de opwarming ergens tussen februari 2013 en februari 2014 begon te versnellen tot 0,34-0,42 °C per decennium. Het blijkt dat de opwarmingssnelheid in het afgelopen decennium hoger was dan in enig ander decennium in de instrumentele metingen.
Als deze opwarmingssnelheid constant blijft, zou de drempel van 1,5 °C uit het Akkoord van Parijs tussen 2026 en 2029 worden overschreden, concluderen de auteurs. Hun benadering schat de periode van 20 jaar waarin de gemiddelde opwarming meer dan 1,5 °C bedraagt, en de overschrijding van de limiet wordt beschouwd als het midden van deze periode.
De onderstaande tabel toont de belangrijkste resultaten voor de vijf verschillende datasets, inclusief schattingen voor de datum waarop de opwarming versnelde, de snelheid van de opwarming en het jaar waarin de Overeenkomst van Parijs in elk geval zal worden geschonden.

Discussie
Niet iedereen is ervan overtuigd dat de data een versnelling in de opwarming laten zien. Een recent rapport Indicators of Global Climate Change 4 schat de opwarming over de periode 2015-2024 op 0,27 per tien jaar. Ook andere auteurs, zoals Michael Mann en Zeke Hausfather, zijn sceptisch over de conclusies van Foster en Rahmstorf. Hausfather legt uit dat de waargenomen versnelling van de opwarming “grotendeels overeenkomt met de verwachtingen van klimaatmodel simulaties in IPCC scenario’s zoals SSP2-4.5, waarin de uitstoot van broeikasgassen licht blijft stijgen terwijl zwaveldioxide en andere aerosolen snel worden opgeruimd”. 5
Aan de andere kant wordt een versnelling van de opwarming ondersteund door andere waarnemingen, zoals data over de hoeveelheid warmte-energie die in de oceanen wordt opgeslagen. Die blijkt in de laatste jaren versneld toe te nemen. Ook de energie-onbalans van de aarde – het verschil tussen de inkomende zonnestraling en de uitgaande warmtestraling – is de laatste jaren toegenomen.
- Foster, G. and Rahmstorf, S. (2026): Global warming has accelerated significantly. Geophysical Research Letters, doi: 10.1029/2025GL118804.[↩]
- Tandon, A. (2026, March 6). Pace of global warming has nearly doubled since 2015, reveals study. Retrieved 10 March 2026, from Carbon Brief website: https://www.carbonbrief.org/pace-of-global-warming-has-nearly-doubled-since-2015-study-says/[↩]
- Zie de Klimaatwiki El Niño en La Niña.[↩]
- Forster, P., & Rosen, D. (2025, June 18). Guest post: Why 2024’s global temperatures were unprecedented, but not surprising. Retrieved 10 March 2026, from Carbon Brief website: https://www.carbonbrief.org/guest-post-why-2024s-global-temperatures-were-unprecedented-but-not-surprising/[↩]
- https://www.carbonbrief.org/pace-of-global-warming-has-nearly-doubled-since-2015-study-says/[↩]