De mythe van de ‘self-made millionaire’ verhult een systeem van privilege en uitbuiting

Eva de Bock & Anna Sach

Op het eerste gezicht lijkt deze bombastische, elitaire taal rechtstreeks afkomstig uit het Trumpiaanse politieke theater, ver verwijderd van de nuchtere houding van Nederland. Toch zijn dit geen woorden uit een Amerikaanse verkiezingsbijeenkomst: ze staan zonder enige ironie op de website van de Nederlandse Masters Expo, voorheen de Miljonairsbeurs, die volgende week plaatsvindt in Amsterdam. Op deze beurs worden jachten, privéjets en luxe vakantiehuizen geëtaleerd. Deze viering van hebzucht rust op de hardnekkige illusie dat extreme rijkdom is verdiend door hard werken, een mythe die de onrechtvaardige werkelijkheid verhult en in stand houdt. 

Een hardnekkige mythe

In werkelijkheid is het grootste deel van het vermogen van miljardairs het resultaat van erfenissen, vriendjespolitiek en monopolieposities. In Nederland wordt excessief vermogen vaak van generatie op generatie doorgegeven, mogelijk gemaakt door lage erfbelastingtarieven en fiscale voordelen zoals de Bedrijfsopvolgingsregeling. Bovendien teren veel rijke families nog steeds op plunderrijkdom uit de koloniale tijd.

Ook betalen superrijken gemiddeld veel minder belasting dan het gewone volk, doordat inkomen uit vermogen aanzienlijk lager wordt belast dan inkomen uit werk, en doordat superrijken vaak buitenlandse constructies gebruiken om belasting te ontduiken. Daar komt bij dat geld hebben meer opbrengt dan geld verdienen, waardoor hard werken nooit kan concurreren met vermogensgroei. Extreme rijkdom is dus doorgaans niet de vrucht van hard werk, maar van privilege, fiscale trucjes en uitbuiting van de echt hardwerkende burgers.  

De prijs van ongelijkheid 

Deze oneerlijke verhoudingen staan haaks op het imago van Nederland als een redelijk egalitair polderlandje. Echter kent Nederland de op één na hoogste vermogensongelijkheid van de OESO-landen, na de Verenigde Staten. De rijkste 0,1 procent van de Nederlandse huishoudens bezit ongeveer 10 procent van het totale vermogen, en deze ongelijkheid groeit nog steeds. 

Terwijl op de Masters Expo enkele superrijken zich likkebaardend buigen over de keuze van hun volgende jacht, worstelt de gewone burger met het vinden van een betaalbare woning, het bekostigen van noodzakelijke zorg, en het voorzien in basisbehoeften. Het is een tentoonstelling van pure spilzucht. De maatschappij bouwt, produceert, en zorgt zich kapot om de uitspattingen van de superrijken te bedienen. Zo blijven er simpelweg minder middelen en mensen over voor essentiële voorzieningen, en wordt alles duurder voor normale mensen. Hierdoor leven we in een uitgeklede versie van de maatschappij waarin we zouden kunnen leven als er eerlijk werd gedeeld. 

Het gedrag van de superrijken is niet alleen schadelijk in het heden, maar bedreigt ook onze toekomst: iemand uit de rijkste 0,1 procent stoot per dag meer CO₂ uit dan iemand uit de armste helft van de wereldbevolking in een heel jaar, terwijl de gevolgen van de klimaatcrisis vooral de mensen treffen die het minst hebben bijgedragen aan de klimaatcrisis. Alleen al in 2019 veroorzaakte de uitstoot van de rijkste 1 procent wereldwijd 1,3 miljoen hittegerelateerde doden. 

Herverdeling is noodzakelijk en mogelijk 

De oplossing voor deze extreme onrechtvaardigheid is herverdeling: wanneer geld niet langer ophoopt bij een handjevol superrijken, kan het terugvloeien naar de samenleving om te worden ingezet om dringende maatschappelijke problemen aan te pakken. Een van de voorgestelde maatregelen is het instellen van een bovengrens voor persoonlijk vermogen. Econoom en hoogleraar Ingrid Robeyns pleit voor een limiet van 10 miljoen euro, omdat vermogen daarboven nauwelijks bijdraagt aan de kwaliteit van leven.  

Daarnaast kunnen instrumenten zoals een progressieve vermogensbelasting, hogere erfbelasting, aanpassingen in de Bedrijfsopvolgingsregeling en strengere maatregelen tegen belastingontwijking worden ingezet. Dergelijke maatregelen worden zowel in de nationale als internationale politiek voorgesteld, bijvoorbeeld in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde StatenZwitserland kent al een vermogensbelasting. Deze maatregelen kunnen ook gekoppeld worden aan klimaatvervuiling. De ‘koolstofvermogensbelasting’ is een voorstel in die richting, en zou volgens CE Delft jaarlijks 4,8 megaton CO2 besparen, meer dan de totale uitstoot van Albanië, en daarnaast 48,9 miljard euro opleveren.  

Dit geld kan worden gebruikt om betaalbare huisvesting te bieden, toegang tot gezonde voeding te garanderen, bezuinigingen in onderwijs en zorg terug te draaien, projecten tegen de klimaatcrisis en voor aanpassing aan de gevolgen ervan te financieren, en dekoloniale herstelbetalingen aan landen in het mondiale Zuiden te doen. De meerderheid van de Nederlanders vindt dat superrijken zwaarder belast moeten worden, vooral als de opbrengsten ten goede komen aan de meest kwetsbaren in de samenleving. 

Achter de fonkelende champagneglazen en pompeuze leuzen van de Masters Expo schuilt een duistere waarheid: een elitewereld gebouwd op geërfde en geroofde rijkdom. Het is een kermis van clowneske wansmakelijkheid, die een maatschappelijk moreel falen verheerlijkt. Een rechtvaardig systeem is geen utopie, maar een toekomst die we met concrete stappen kunnen bereiken.