De waterreserves in Europa staan onder druk. Satellietgegevens tonen aan dat de watervoorraden in grote delen van Zuid- en Midden-Europa de afgelopen twintig jaar duidelijk zijn afgenomen, terwijl verder naar het noorden juist een trend naar meer neerslag te zien is. Deze bevindingen zijn zorgwekkend, beleidsrelevant en verdienen aandacht.
Jan Verkade1
Maar bij het rapporteren over dergelijke resultaten is nauwkeurigheid van belang. De recente kop in The Guardian, waarin de afnemende waterreserves in Europa worden toegeschreven aan de klimaatcrisis, gaat verder dan het bewijs dat in het artikel zelf wordt aangevoerd.

De analyse die ten grondslag ligt aan de berichtgeving is gebaseerd op GRACE-satellietwaarnemingen, die veranderingen in het zwaartekrachtveld van de aarde meten om veranderingen in de totale wateropslag af te leiden. Dit is een krachtig instrument om grootschalige trends te detecteren. Het kan ons vertellen dat er water uit het landsysteem verdwijnt, en in grote lijnen waar.
Wat het op zichzelf niet kan, is uitleggen waarom
De afname van het grondwater kan het gevolg zijn van meerdere, op elkaar inwerkende factoren. Klimaatverandering beïnvloedt de aanvulling door veranderde neerslagpatronen, hogere verdamping en langere droogtes. Maar grondwater wordt ook rechtstreeks beïnvloed door menselijke activiteiten: onttrekking voor irrigatie en drinkwater, veranderingen in landgebruik, rivierregulering en grondwaterbeheerbeleid. In veel Europese regio’s is bekend dat deze menselijke druk aanzienlijk is.
Het artikel zelf erkent deze complexiteit. Het wijst op de toenemende onttrekking van grondwater in delen van Europa en verwijst naar de vraag vanuit de landbouw en het watergebruik. Toch blijven deze factoren grotendeels ondergeschikt in het verhaal, terwijl klimaatverandering wordt gepresenteerd als de belangrijkste oorzaak. Wat ontbreekt is een attributiestap: een systematische poging om klimaatgedreven veranderingen te scheiden van veranderingen die worden veroorzaakt door watergebruik en -beheer.
Dit onderscheid is geen academische haarkloverij. In de hydrologie en klimaatwetenschap is het detecteren van een trend niet hetzelfde als het toeschrijven ervan. Toeschrijving vereist doorgaans modelleringskaders die waargenomen veranderingen vergelijken met contrafeitelijke scenario’s – bijvoorbeeld hoe het grondwater zich zou hebben ontwikkeld bij historisch watergebruik maar zonder antropogene klimaatverandering. Een dergelijke analyse wordt hier niet gepresenteerd.
Waarom is dit belangrijk?
Omdat verschillende oorzaken verschillende oplossingen vereisen. Als de afname van het grondwaterpeil voornamelijk wordt gezien als een klimaatsignaal, dan neigt de reactie naar langetermijnaanpassing aan de opwarming. Als onttrekking en bestuur een belangrijke rol spelen – zoals decennia van grondwateronderzoek suggereren – dan worden beleidsinstrumenten zoals vraagbeheer, regulering en ruimtelijke ordening centraal. Te simplistische verhalen kunnen deze keuzes vertroebelen.
Dit alles doet niets af aan het feit dat de klimaatverandering al gevolgen heeft voor het watersysteem in Europa. Integendeel: de waargenomen patronen komen volledig overeen met wat we verwachten in een opwarmend klimaat. Maar “overeenkomend met” is niet hetzelfde als “veroorzaakt door”. Het samenvoegen van beide begrippen levert misschien een pakkendere kop op, maar het vervaagt de wetenschappelijke onzekerheid en ondermijnt uiteindelijk het vertrouwen.
Het grondwaterprobleem in Europa is reëel, ernstig en urgent. Om dit aan te pakken, moeten we het hoofd bieden aan klimaatverandering, watergebruik en falend bestuur. Duidelijke communicatie over wat we weten – en wat we nog niet weten – leidt niet af van klimaatmaatregelen. Het is een voorwaarde voor effectieve maatregelen.
- Opmerking: de standpunten in dit artikel zijn die van de auteur en komen niet noodzakelijk overeen met die van zijn werkgever of aangesloten instellingen. ↩︎

Dr. Jan Verkade is vader, hydrometeoroloog, voorspeller en klimaatactivist. Hij houdt zich bezig met onderzoek naar en ontwikkeling van hydrologische voorspellings- en waarschuwingssystemen. Zijn onderzoeksinteresses zijn het inschatten van voorspellende hydrologische onzekerheid, het verifiëren van voorspellingen en de rol van mensen in vroegtijdige waarschuwingssystemen. Thuis is hij vader van een zoon (2010) en een dochter (2014) en een fervent deelnemer aan voorspellingstoernooien. En hoewel hij niet bijzonder getalenteerd is, speelt hij graag gitaar. Jan heeft een grote interesse in het recht op protest en besteedt veel tijd aan het lezen van wetten en jurisprudentie over dit onderwerp.
