Scientist Rebellion heeft een formeel verzoek ingediend bij het ministerie van Klimaat in Nederland om een koolstofbudget voor het land vast te stellen, totdat een klimaatneutrale economie is gerealiseerd. Dinsdag 24 februari wordt ons verzoek door de rechtbank in Zwolle behandeld om te toetsen of het ministerie verplicht is om hierop te reageren. In navolging van de zaak die Greenpeace heeft gewonnen, zou dit een wettelijke verplichting met een deadline zijn voor de uitvoerende macht van de regering, ongeacht de politieke wil – of niet.
Waarom?
Klimaatverandering is het gevolg van de ophoping van broeikasgassen. Deze gassen worden gewoonlijk gemeten in CO₂-equivalenten (CO₂eq). Een koolstofbudget bepaalt hoeveel van deze ophoping elk land nog mag uitstoten. Het beheren van een budget van resterende emissies is de enige zekere manier om het daadwerkelijke probleem aan te pakken. Het is ook de manier om consistent te reageren op de klimaatcrisis, iets wat we momenteel in ons land missen.
Politiek?
Een centrale vraag is of dit onderwerp politiek is. Er zijn sterke aanwijzingen dat de politiek haar verantwoordelijkheid niet neemt, vermoedelijk omdat het niet populair is. Tijdens COP30 dwong een recent advies van het Internationaal Gerechtshof landen om hun resoluties zo in te dienen dat de opwarming van de aarde niet meer dan 1,5 ⁰C zou bedragen, maar de politiek faalde.
Hoe?
De zaak Klimaseniorinnen maakte overduidelijk (in §550) dat elk land een nationale doelstelling voor zijn grondgebied moet vaststellen. Ook stelt het dat dit niet alleen via politieke middelen moet worden gewaarborgd (in §412). In ons geval gaf het ministerie toe dat de politiek geen toegevoegde waarde zag in de verplichting om een nationaal koolstofbudget vast te stellen. Maar het zou op zijn minst duidelijkheid en verantwoordelijkheid toevoegen! Wij zijn van mening dat het ministerie een eigen, onafhankelijke verplichting heeft om deze verplichting uit het internationaal recht na te komen. Het louter aanprijzen als politiek kan werken onder Nederlands recht (Awb 8:3), maar niet onder internationaal klimaatrecht.
Resultaat?
Wij willen vastleggen dat de uitvoerende macht van de regering een eigen, onafhankelijke verplichting heeft om het klimaatrecht te handhaven, ongeacht de politiek. In de praktijk zou dit kunnen zorgen voor een standaardimplementatie die gevolgd kan worden als de politiek geen consensus kan bereiken binnen de gestelde termijn. In ons geval zou dit betekenen dat zij verplicht zijn om het koolstofbudget vast te stellen wanneer de politiek daar terughoudend in is. De rechter zou geen politieke stap zetten door dit op grond van internationaal recht te erkennen, omdat het budget nog steeds door de regering wordt vastgesteld. Wat er zou gebeuren, is dat er druk wordt uitgeoefend op de politiek om minimaal te presteren. Een druk die in het verleden ontbrak, met als gevolg onvoldoende klimaatwetgeving. En dat is een inbreuk op de mensenrechten.
Status?
De versnelde eerste uitspraak hierover was negatief, maar we hebben procedurele klachten ingediend; het internationaal recht is helemaal niet aan de orde gekomen. De openbare zitting om te bespreken of dit gepast was, en mogelijk een beslissing te nemen in deze zaak, zal plaatsvinden in de rechtbank in Zwolle, Schuurmanstraat 2, op dinsdag 24 februari 2026, om 11:45 uur, en zal naar verwachting 45 minuten duren. Dit is een administratieve zaak, dus verwacht technische details in plaats van vuurwerk.